Mijn kat te dik? Uh....ja of nee?

 

Een paar weken geleden had ik een nascholing en ik vind dat eigenlijk altijd een klein feestje. Je ziet je collega’s weer een keer, kunt even bijpraten en je doet weer wat extra kennis op.

 

Dit keer was het een multidisciplinair symposium over Obesitas en andere eetstoornissen bij de kat. Dit werd vanuit verschillende hoeken benaderd nl

• wat is er vanuit de onderzoek-kant tot op heden bekend,

• wat kunnen medische redenen en oplossingen zijn

• hoe kan alternatieve zorg hierbij behulpzaam zijn

• en vanuit de gedragsmatige kant: de praktische en effectieve ondersteuning bij eetstoornissen

Kortom een mooie nascholing die, hoewel al veel bekend, toch nog aardig wat aanvullende informatie opleverde.

 

Ik merk bij mijn werk als gedragstherapeut en als kattentrimster vaak dat het voor eigenaren moeilijk te bepalen is of hun kat nu het goede gewicht heeft ja of de nee. En ik weet het uit eigen ervaring dat dat niet altijd even makkelijk is.

Op de labels van kattenvoer staat natuurlijk wel dat als je kat 4 kg weegt dan mag hij zoveel gram van dit voer, maar als jouw kat 4 kg weegt, is dat dan wel het goede gewicht dat bij jouw kat hoort?

Voor een heel klein (volwassen) katje die fijn van bouw is kan 4 kg een veel te zwaar gewicht zijn, maar voor een grote stevige kater kan 4 kg veel te mager zijn.

 

Onze eigen Gijs (ruim 13) en Flint (ruim 10) zijn gewone huis- tuin en keukenkatten, dus geen specifiek groot ras zoals de Maine Coon en de Noorse Boskat die over het algemeen zwaarder wegen, maar toch zijn ze behoorlijk groot. Ze zijn beiden haast gelijk in grootte, maar Flint is veel gespierder en is iets grover gebouwd dan Gijs. Flint is een ‘alleseter’ wat voer betreft terwijl Gijs een stukje kieskeuriger is.

Ze krijgen beiden ongeveer evenveel aan voer, dat betekent in ons geval dat ze 3x daags ca. 35 gram natvoer krijgen, er worden wat brokjes in voerpuzzels verstopt voor overdag en ’s avonds doen we nog een voerspelletje met ze.

Toch loopt het gewicht behoorlijk uiteen: Gijs weegt 5,1 kg en Flint 6,5 kg. T.o.v. eerdere gewichten is Gijs iets afgevallen en een beetje aan de lage kant, maar nog net niet te mager en Flint weegt iets te veel, maar gelukkig nog niet veel te veel.

 

Ik bepaal het ‘normale’ gewicht eigenlijk op 3 verschillende manieren. Ik kijk, ik voel en ik weeg. Dat kijken doe je eigenlijk altijd wel dus dat is ‘makkelijk’  Zo ongeveer 1x per week let ik bij het aaien op 2 specifieke dingen nl. hoe voelen de ribben aan en hoe voelt de ruggengraat aan. En tot slot weeg ik ze zo af en toe, meer als bevestiging van wat ik inmiddels eigenlijk al weet :-)

Als een kat te mager is voel je dat het velletje gelijk over de ribben heen zit en ook bij de ruggengraat voel je heel scherp de wervels.

Als een kat veel te dik is voel je eigenlijk de ribben en de (zijkant van de) ruggengraat niet meer – je weet dat ze er zijn, maar je moet min of meer harder duwen om ze door de vetlaag heen te kunnen voelen.

Bij een goed gewicht zit je er dus net tussenin, je voelt de ribben en ruggengraat, maar je voelt ook dat er een dun laagje tussen het velletje en rond de ribben en de ‘knokige’ wervels zit.

 

Zowel te dik als te mager is niet goed en kan op verschillende oorzaken wijzen en dus ook verschillende problemen geven. Bij Gijs en Flint weet ik waarvan het komt en ze gaan beiden op dieet! Gijs krijgt extra eiwitten en Flint krijgt gewoon minder de kans om van Gijs voer te pikken :-)

 

Ik ben benieuwd wat je bij jouw kat voelt!

Mocht je twijfels hebben over het gewicht van je kat en de mogelijke oorzaken, maak dan eerst een afspraak met je dierenarts of schakel een gedragstherapeut in.

sept 2019

Kittentijd!  - en hoe zit dat met opvoeden?

 

Het is weer kittentijd en hoewel we geen gastgezin meer zijn voor ongesocialiseerde kittens van het asiel zit ik nog wel bij de besloten facebookgroep van de gastgezinnen en geniet dus ook nu weer volop van al die mooie, leuke en ontwapenende filmpjes die voorbij komen.

 

Het brengt ook elke keer weer leuke herinneringen naar boven, maar ook aan een aangetrouwd nichtje die een kitten in huis had gehaald en waar ik heel wat gesprekjes heb gevoerd over het opvoeden van kittens. Want ja, hoe voed je nu een kitten op – hoe leer je een kitten nu wat wel en niet kan en mag en hoe krijg je het voor elkaar om van zo’n klein kittentje een grote stoere evenwichtige kat te maken die weinig angstgedrag laat zien voor dingen waar die niet bang voor hoeft te zijn.

 

Kittens leren betrekkelijk weinig van hun moeder. Ze biedt ze, als ze de kans heeft, de prooien in eerste instantie dood aan zodat ze leren wat ze kunnen eten, en ietsje later neemt ze de prooien levend mee naar huis zodat de kittens kunnen oefenen met hun eten. Veel meer dan dat leert ze ze eigenlijk niet.

Waar de kittens wel naar kijken en dus van leren, is hoe moeders reageert op voor de kittens nieuwe situaties en geluiden. Als moeder b.v. schrikt en wegrent is dat voor de kittens ook het sein om weg te wezen. Reageert moeder nu heel relaxed, gaat er naar toe of reageert er helemaal niet op, dan zullen de kittens op onderzoek uitgaan.

 

Het opvoeden van kittens is eigenlijk niet heel veel meer dan ze alle gelegenheid geven om op onderzoek te gaan en ze zoveel mogelijk voor hun vreemde, maar normale, omstandigheden aan te bieden zodat ze op eigen tempo heel veel ervaringen op kunnen bouwen zonder dat dit negatieve consequenties voor hen heeft.

Eigenlijk kun je het een beetje vergelijken met de leerervaringen van peuters. Ze beginnen de wereld om hen heen te ontdekken en gaan steeds meer op onderzoek uit. Dat kan wel eens pijnlijk zijn omdat dit met vallen en opstaan gebeurt maar dan leren ze dat ze soms iets voorzichtiger moeten zijn maar dat verder wel alles hetzelfde blijft en dit geen hele vervelende gevolgen heeft.

 

Voor kittens betekent dit dat ze echt overal op en in willen. Zo hadden we een kitten Izzy die het altijd geweldig vond om overal achter en tussenin te willen kruipen. We waren haar al eerder een keertje ‘kwijt’ geweest, maar deze keer duurde het wel erg lang voor ze weer tevoorschijn kwam. Zelfs tegen etenstijd was ze nog niet boven water. Alle kasten waren inmiddels geïnspecteerd, want voor je het weet sluit je er nl. 1 onbedoeld op, maar geen spoor van Izzy. Dank zij haar broertje Indy hebben we haar per slot van rekening gevonden. Hij bleef maar in de buurt van het keukenkastje naast de vaatwasser alles onderzoeken. Achter de vaatwasser was een heel smal strookje en daar had ze zich tussenin gewrongen.

Wij volgden eigenlijk altijd de redenering ‘als ze er in kunnen dan kunnen ze er ook weer uit’ maar dat leek nu echt niet het geval te zijn. Dus wat doe je dan, juist, de vaatwasser demonteren en naar voren halen. Een klein uurtje verder was het zover en ja hoor, daar kwam ze. Opgestoken staartje en ja ze wilde wel graag eten :-)

 

Het mooie van dit gebeuren is dat Izzy, die toch wel wat angstig van natuur was, na dit incident ook weer wat zelfvertrouwen had gewonnen en dat kon ze goed gebruiken!

 

aug 2019

Daar is ‘ie weer – de Kattenbak

 

Laatst werd ik geïnterviewd voor een stukje in het jaarverslag van het dierenasiel over gedragstherapie voor katten. Ik vind het geweldig dat ik daarvoor gevraagd ben want dat is weer een kans om te vertellen dat er best heel veel te doen valt aan gedragsproblemen. Tegen het einde van het leuke gesprek werd gevraagd of ik nog iets in het verhaal miste. Nou ik wil nog wel wat :-) wat ik nog graag kwijt wilde was nog het één en ander over het leervermogen van de kat en ik wilde het toch ook nog wel heel graag even hebben over onzindelijkheid.

 

Onzindelijkheid staat zo ongeveer in de probleem-top 3. Er wordt helaas zo vaak gedacht dat daar niets aan te doen valt. Maar niets is minder waar. Nu is het natuurlijk wel een beetje afhankelijk van hoe lang het probleem al bestaat, want hoe sneller hierop gereageerd wordt, des te gemakkelijker is het probleem op te lossen.

Vaak zit er een medische reden onder om onzindelijk te worden zoals bv blaasgruis, nierproblemen, urineweginfecties etc. dus een eerste check zal door de dierenarts gedaan moeten worden.

Als alle medische oorzaken uitgesloten zijn dan kan een gedragstherapeut helpen om de oorzaak op te sporen.

 

Zo simpel als de oplossing was bij het vorige probleem (de trap) zo lastig kan het soms zijn om de oorzaak op te sporen van een plas- of poepprobleem.

 

Zo had ik eens een onzindelijke Maine Coon dame van 1 jaar oud die sinds een paar maanden niet meer op de bak ging. In eerste instantie alleen plassen buiten de bak en na enige tijd werd er ook niet meer op de bak gepoept. De eigenaar had al van alles zelf geprobeerd zoals andere kattenbakvulling, opsluiten met een kattenbak, extra bak en zelfs even clomicalm (medicatie) maar helaas leidde niets tot verbetering.

 

Phoe, dit klonk niet alsof ik zo een pasklare oplossing kon geven. Dus maar blanco beginnen en als eerste kijken naar de kattenbakken en de onderlinge relaties van de 7 katten en 1 hond. Nagenoeg alles wat we bespraken leek geen overtuigende reden voor onzindelijkheid te geven. Maar ja, er moest toch iets zijn wat deze onzindelijkheid veroorzaakt heeft?

 

Na heel veel doorvragen en nog eens doorvragen konden we een wat meer specifieke periode vaststellen waarin dit probleem was ontstaan en daarna werd er zelfs nog eens de agenda erbij gehaald. En gelukkig, daarmee konden we echt goed vaststellen wanneer de onzindelijkheid was ontstaan en ontdekten we ook de aanleiding.

 

In de betreffende periode was er een vreselijk gevecht tussen 2 poezen geweest met wonden voor zowel eigenaar als beide katten. De hele groep was min of meer compleet van slag. In een dergelijke situatie is het heel aannemelijk dat er toen ook iets met de betreffende kat in combinatie met de kattenbak gebeurd is en dat dit waarschijnlijk de druppel was om de kattenbak niet meer te gaan gebruiken. Ik had het vermoeden dat het hier een combinatie van factoren was waaronder: het soort kattengrit, de schoonmaakfrequentie en de drukte om haar heen.

 

Uiteindelijk was het een heel pakket van allerlei dingen om aan te passen en kleine tot wat grotere veranderingen om mee aan de slag te gaan. De eigenaar ging er acuut mee aan de slag en deed het werkelijk fantastisch. Na een paar dagen kreeg ik al een app-je om me op de hoogte te brengen wat er al gedaan was EN om te vertellen dat de poes al een keer op de bak was geweest!

Na 3 weken ging de poes weer normaal op de kattenbak maar moesten er nog wel wat puntjes op de i gezet worden. Maar alle moeite is niet voor niets geweest en bij het eindgesprek 3 maanden na het huisbezoek had ik een hele blije eigenaar aan de lijn die super trots was op het resultaat!

 

En daar geniet ik dan ook weer van :-)

 

juni 2019

Zo simpel kan het (soms) zijn

 

Als je je kat eenmaal een beetje kent dan is ze vaak zo heerlijk voorspelbaar. De meeste katten hebben behoefte aan routine en regelmaat met niet al te grote veranderingen in hun omgeving, dat geeft hun rust en ontspanning.

Door een verbouwing van de keuken merk ik dit weer eens temeer. Onze Flint is een kater met een nerveus karakter en snel uit zijn evenwicht. Hij vind het dus helemaal niets dat alles op zijn kop staat. Onze Gijs daarentegen is een stabiele kater en hoewel hij overal met zijn neus bovenop staat merk ik dat hij bij deze grote verbouwing toch ook ietsje schrikkeriger reageert op normale dingen. Maar ook ikzelf merk dat ik een beetje ontheemd ben in ons eigen huis en me soms iets minder relaxt voel. Ik heb dus ook wel iets van een kat weg of heeft de kat iets meer van ons dan we denken?

 

Deze eigenschap van katten kan dus voor veel stress zorgen, afhankelijk van het karakter, socialisatie en de ervaringen van de kat, maar kan soms juist ook helpen om een gedragsprobleem op te lossen.

 

Ik moest ineens denken aan een kat die al maanden op de bovenverdieping van het huis bivakkeerde en waarbij mijn hulp werd ingeroepen. Ze wilde echt niet naar beneden komen wat de eigenaar ook probeerde. De kat (beter gezegd, de eigenaar) had inmiddels geleerd dat als ze boven aan de trap ging zitten miauwen ze dan door de eigenaresse naar de begane grond gebracht werd.

 

Deze kat (inmiddels al een oudere dame) bleek als kitten bij een soort van broodfokker vandaan te komen, was in de garage grootgebracht en had geen goede socialisatie gehad. Ze reageerde erg angstig op bezoek en was m.n. voor vuurwerk en harde geluiden erg angstig. Helaas bleken ze ook nog eens te wonen in een wijk waar al heel vroeg in het seizoen illegaal vuurwerk werd afgestoken.

Bij verder uitvragen bleek ook de zoon uit huis gegaan te zijn waar de kat een hele goede band mee had en dit viel ook samen met het ontstaan van het probleem.

 

Het is altijd lastig om de precieze oorzaak van een probleem te achterhalen, maar door een aantal zaken uit te sluiten en goed naar het karakter en normale reacties en gedrag van de kat in kwestie te kijken kom je een heel eind.

 

Hoewel de zoon uit huis was gegaan en dit wel wat verandering in de routine had gebracht leek het mij de meest aannemelijke oorzaak dat de kat ergens vreselijk van was geschrokken tijdens het naar beneden gaan waardoor er een negatieve koppeling met de houten trap was ontstaan. En dit is dan ook de insteek geweest van het therapieplan.

 

In overleg met de eigenaar is het aanzien en gevoel van de trap veranderd door halve maantjes op de houten traptreden te plakken. Daarnaast is de eigenaar gaan trainen met de kat om haar te bewegen steeds een stukje verder op de trap te komen.

Ik had best wel wat resultaat verwacht, maar had niet voorzien dat de kat binnen 1,5 week na verandering van de trap, alweer zelfstandig naar beneden zou komen.

Juist dus door de simpele aanpassing van de trap veranderde deze van een hele enge trap naar een ‘normale’ trap en mede dank zij het belonen van elke stap verder, kon de kat haar normale routine weer oppakken.

 

Fantastisch om te zien hoe snel en hoe simpel een probleem soms op te lossen is. Ik ben er zelf ook nog steeds blij mee :-)

 

april 2019

Subtiele signalen

 

Het asiel waar ik mee verbonden ben belde of ik contact op wilde nemen met een adoptant die een moeilijke kat had geadopteerd en nogal wat bijtgedrag vertoonde.

 

Het bleek te gaan om een kat die al aardig wat mee had gemaakt. Hij was als jong kitten in het buitenland bij een dierenkliniek opgevangen en van daaruit na een tijdje in het asiel in Nederland terecht gekomen. Hij heeft daar haast een jaar gezeten en was eerder een keer geadopteerd maar werd weer teruggebracht vanwege aanvals- en sloopgedrag.

Ook in het asiel liet hij nogal eens wat onvoorspelbaar aanvalsgedrag zien.

 

Nu was hij opnieuw geadopteerd maar liet naast erg aanhankelijk gedrag ook onvoorspelbaar onwenselijk gedrag zien. De adoptant had een lange ervaring met katten maar stond gelukkig open voor aanvullende tips en kennis.

 

Hoewel ik altijd probeer om alle mogelijke oorzaken van het ongewenste gedrag open te laten of de interpretatie van het getoonde gedrag door de eigenaar op waarde te schatten weet je nooit precies wat je aantreft. Ik was dan ook erg nieuwsgierig want had eigenlijk nog niet eerder een dergelijk onvoorspelbare en agressieve kat meegemaakt.

 

Bij aankomst zette ik mijn kattentas neer en de kat kwam gelijk naar de tas toe om op onderzoek te gaan naar al die lekkere en leuke dingen die erin zaten. Ik zat er op mijn hurken naast en na snuffelen aan mijn hand mocht ik zijn kopje aaien en zelfs mijn hand over zijn rug laten gaan. Ik verbaasde me erover hoe toegankelijk en aardig hij was.

Ik gaf hem niet te veel aandacht en ging op een stoel aan tafel zitten. Na een korte verdere verkenning van mijn tas sprong hij al snel bij me op schoot en draaide zich in een rolletje.

 

Zo op het eerste gezicht leek hij een totaal ontspannen kat maar toch zag ik signalen waardoor ik wel waakzaam was. Ik begon gelijk met uitleggen dat hoewel hij er ontspannen bij leek te liggen hij toch ook ‘spannings’signalen liet zien zoals meer orenspel en een licht opgezette staart waarbij net iets meer dan het puntje bewoog.

 

Ik was nog niet uitgepraat of hij tilde zijn kop op, begon aan mijn mouw te sabbelen en na dit heel kort gedaan te hebben beet hij flink hard in mijn hand. Ondanks dat ik voorbereid was verraste het me toch nog maar ik was met deze uitval toch wel blij. Het gaf me de kans om te laten zien hoe er op zo’n moment het beste gereageerd kan worden.

Ik pakte hem rustig op, zei duidelijk ‘nee’ en zette hem twee meter verderop neer. Draaide me gelijk om, dus negeerde hem verder, en ging weer op mijn stoel zitten.

De kat bleek zich gelijk even te gaan poetsen en ging daarna op zijn eigen stoel liggen.

 

Uiteindelijk hebben we haast al zijn subtiele signalen op een rij kunnen zetten wat voorafging aan “onvoorspelbaar” agressief gedrag zodat de adoptanten daar eerder op kunnen reageren en nare situaties voorkomen kunnen worden.

Ook bleek de kat heel veel energie te hebben en na een half uur spelen met een hengel nog steeds volop interesse in een spelletje te hebben.

 

Zo tegen het einde van mijn bezoek sprong de kat weer bij mij op schoot en gebeurde er een herhaling van de eerste keer maar dan wel in afgezwakte vorm. Hoe snel kan een kat wel niet leren!

Maar ook deze keer (na het bijten met alleen wat krassen maar niet door mijn huid) werd hij weer rustig weggezet en verder genegeerd.

 

Het geduld en de inzet van de adoptant om met de tips, de handvatten aan de slag te gaan en het weten van de achtergronden van zijn reacties had na 2 weken al een hele verandering teweeg gebracht. Eigenaar en kat hebben het beiden naar hun zin!

 

En ik ben weer heel blij met dit effect. Het kan soms lastiger zijn om de signalen van je nieuwe kat te ontdekken dan je gewend was, maar het is vaak ook een hele leuke ontdekkingsreis!

 

feb 2019

Verlatingsangst ??

 

Ik geef als gastdocent ook les over kattengedrag aan paraveterinairen in opleiding bij het ROC en bij het voorbereiden van de lesstof werd ook gevraagd was ook gevraagd om de verschillen tussen de hond en de kat mee te nemen v.w.b. agressie, onzindelijkheid en verlatingsangst. Wat dat laatste betreft was mijn reactie: verlatingsangst komt bij katten haast niet voor, maar ik neem het mee.

 

En je weet hoe het gaat, je hebt niet eerder iets gezien of gehoord van een speciaal merk auto. Iemand heeft het er met je over want die heeft zo’n auto gekocht en vervolgens zie je die betreffende auto om de haverklap!

 

Dat was precies wat er bij mij gebeurde met ‘verlatingsangst’

In de maanden daarop kwam ik dit natuurlijk meerder keren tegen. De kat van een kennis die ooit geholpen heeft met mijn afstudeeronderzoek liet een filmpje zien van het gedrag van hun kat als er niemand thuis was, bij een nascholing van Sarah Ellis merkte zij op dat er wel eens meer sprake zou kunnen zijn van verlatingsangst dan voorheen gedacht en recent kwam een collega gedragstherapeut met een casus over verlatingsangst.

 

Dus,……. hoe zit het nu met verlatingsangst, waarom zou een kat daar weinig last van hebben en wat zou een kat kunnen laten zien als er sprake is verlatingsangst?

 

Als de kat zelfstandig van binnen naar buiten en van buiten naar binnen kan gaan, is het een zeer zelfstandig dier dat best goed voor zichzelf kan zorgen door te jagen voor zijn korstje maar ook goed kan voorzien in wat hij nodig heeft. Ook in sociaal opzicht gaat de kat vaak zelf zijn aandacht halen als hij daar behoefte aan heeft. Hij komt vaak wel als je hem roept omdat je hem eten of aandacht wilt geven, maar als de kat het niet wil, dan komt hij gewoon niet of begroet je even en gaat dan weer doen wat hij zelf wil.

Dit is heel anders dan bij de hond, want de hond gaat over het algemeen niet zo alleen op stap maar gaat samen met de baas weg. Ook voor spelen(jagen) is hij meer afhankelijk van de eigenaar dan de kat dat is. Maar leiderschap is ook belangrijk voor de hond, want die volgt zijn roedelleider en is daar heel afhankelijk van.

Een kat is van nature min of meer solitair, leeft over het algemeen niet in groepsverband (dus geen leider) en jaagt en eet alleen. En hoewel de huiskat via hele kleine mini-stapjes door tientallen jaren heen zich aan het ontwikkelen is naar een meer sociaal dier dan ze ooit geweest zijn, zijn ze nog altijd heel goed in staat om zelf te voorzien in hun behoeften.

 

Als de kat echter en echte binnenkat is, dus niet naar buiten kan of mag, is hij ook heel afhankelijk van zijn baasje voor haast al zijn behoeftes zoals eten, drinken, rust-/verstopplekjes, spelen/jagen en aandacht. Als dan bovendien de eigenaar weinig tot niet van huis is kan dat ook gevolgen hebben voor de (overmatige) binding die de kat met zijn baasje heeft.

 

Als er in deze situatie een plotselinge verandering komt doordat b.v. het baasje ineens voor haar of zijn werk haast elke dag de gehele dag van huis is kan deze verandering verlatingsangst triggeren.

Grote kans dat de kat dan luid miauwend in een leeg huis gaat rondlopen om contact te leggen met het afwezige baasje. Ook zou hij kunnen gaan plassen op (gebruikte) kleding omdat dit de geur van zijn baasje heeft, maar ook overmatig poetsgedrag kan gemakkelijker ontstaan.

 

 

Helaas zijn deze gedragingen niet per definitie gebonden aan verlatingsangst, maar kan er ook een medische reden zijn of een andere behoefte-gebaseerde oorzaak hebben. En dat helpen uitzoeken vind ik dan weer heel leuk om te doen!

 

 

dec 2018

De ADHD kat

 

Een vriendin had vroeger een kat die uitermate rustig was, zo erg zelfs dat hij nagenoeg niet met spelen te verleiden was.

Dit komt zelden voor maar met de kennis van nu weet ik inmiddels ook dat dit een signaal kan zijn van een onderliggend probleem, maar zo wordt dit door het baasje niet ervaren.

 

Wat ik tegenwoordig wel veel vaker als probleem hoor is dat een katje ADHD heeft. Nu hebben wij als voormalig gastgezin veel kittens in huis gehad en zie je wel iets verschil in energie, maar om daar nu gelijk ADHD aan te verbinden,………. Bij doorvragen blijkt dit vaak te gaan om jonge tot zeer jonge katten die bovendien, soms ook alleen in het gezin zijn en dan soms ook nog regelmatig alleen thuis zijn.

 

Een jong katje zoals een kitten of een halfwas heeft enorm veel energie, vergelijk het maar met een kleuter van een jaar of 4-5. Die zijn eigenlijk ook altijd bezig met spelen en lekker alles willen ontdekken en de wereld om hun heen verkennen en zich eigen maken.

De kittens oefenen dan ook volop met alles was ze aan gedrag beschikbaar hebben en kunnen de mooiste capriolen maken.

 

Ook katten tot een leeftijd van 4-5 jaar zijn in de kracht van hun leven, zijn graag bezig en zitten nog ruim in de energie. Dat is ook logisch want dit zijn toch ook wel de jaren dat je je voort moet planten en daar moet je in goede conditie voor zijn en net als bij mensen moet je je conditie goed bijhouden.

 

Vaak wordt gedacht dat na het echte kitten zijn de energie wel zal gaan afnemen, maar gaat pas na jaren gebeuren, grote kans dat dit pas na een jaar of 5-6 is en natuurlijk is dat ook geen wet van meden en perzen, want net als bij mensen is iedere kat weer anders, dus ook hoe actief of minder actief ze zijn kan heel verschillend zijn.

En voor die energie moet natuurlijk wel een uitlaatklep zijn.

 

Maar wat vind je nu ADHD bij een kat? Is dat omdat hij elke keer weer een spelletje wil doen? Of is dat omdat hij zo af en toe een paar minuten heel hard door het huis rent, of gaat hij een beetje lopen klieren of misschien zelfs wel wat slopen?

Of was je misschien toch op eigenlijk op zoek naar een kat die lekker de hele avond bij je op schoot komt liggen?

 

En als je dan een ‘ADHD’ kat hebt wat kun je daar aan doen?

Als een jonge kat alleen is en hij kan niet naar buiten, is hij voor heel veel activiteit afhankelijk van jou. Het is natuurlijk wel leuk om zelf met een muisje, touwtje of balletje te spelen, maar interactie met jou is vaak vele malen leuker en daar kun je veel meer energie in kwijt!

Het is voor een kat überhaupt normaal gedrag om frequent zijn territorium te controleren en een keer of 20 zijn jachtbehoefte uit te kunnen voeren om voldoende keren succesvol te zijn om te voorzien in zijn eten, want niet elke poging slaagt natuurlijk.

Dus wil je een binnenkat een beetje ‘normaal’ laten jagen moet je toch wel een aantal met zo’n mooie hengel aan de slag zodat hij daarbij van die mooie capriolen kan maken en zijn energie mee kwijt raakt.

 

Bovendien blijven heel veel katten tot op hoge leeftijd wel zin in een spelletje houden, alleen dan niet meer zo lang achter elkaar.

 

Of was misschien ADHD dan een afkorting van “Alle Dagen Heel Dartel ” ?

 

 

okt 2018

Hier begrijp ik niets van!?

 

Een vriend is gek op katten en kent dus ook alle katten in de buurt en kan er goed mee overweg. Bij een bezoek aan zijn studerende dochter bleek ook in het studentenhuis een kat aanwezig. Dus je kent dat wel, hij aaien maar ineens draait de kat zich om en haalt uit. Hij helemaal verbluft – zo maar ineens?!  – hier begrijp ik niets van!

 

De kat blijkt van 1 van de studenten in huis te zijn waar nog 7 andere studenten wonen. De kat kan op verzoek naar buiten en naar binnen en kan, naast de slaapkamer van zijn baasje ook in de grote gezamenlijke woonkamer en keuken. Hij is dus wel wat wisselende gezelschappen en aandacht gewend zou je denken.

 

Wat zou hier nu aan de hand kunnen zijn? Hij kan pijn hebben en dus reageren op een pijnprikkel. Bij verder vragen lijkt er niets fysieks met de kat aan de hand te zijn, hij is nog niet zo heel oud en vertoont normaal spring- en spelgedrag, maar blijkt wel vaker ineens uit te halen als hij geaaid wordt.

 

Wat ik eigenlijk denk dat hier aan de hand is (op basis van deze beperkte gegevens), is dat de kat teveel aandacht krijgt – teveel geaaid wordt, in ieder geval in de ogen van de kat.

 

Veel katten hebben een grens van wat ze aan aandacht kunnen hebben en dit is een beetje afhankelijk van hoe ze gesocialiseerd zijn en hoe het karakter is. Het merendeel van de katten die genoeg aandacht hebben gehad springt van schoot of loopt gewoon weg. Sommige katten willen wel graag op schoot blijven liggen, maar hebben dan genoeg van het geaai en laten dat weten door signalen af te geven zoals de staart die gaat bewegen, de oren die wat meer gaan draaien en de stand van de oren die iets veranderd en er kan iets meer spanning in het lijf komen. Als daar niet op gereageerd wordt kan de kat alsnog van schoot afspringen of hij geeft een tik – zo van ‘nu is het genoeg!’

 

Maar hoe is dat nu van toepassing op deze kat? Deze kat kwam aandacht halen en haalde daarna zomaar uit zonder de voorafgaande signalen.

 

Stel je eens voor dat je lekker ontspannen op de bank zit met een goed boek en er komt iemand naast je zitten met wie je eerst even een kort praatje maakt, maar dat je daarna graag weer lekker in je boek duikt. De ander vindt het erg gezellig en blijft maar kletsen en je raakt ook nog elke keer je arm aan om je aandacht bij zijn gesprek te houden. Je probeert wat subtiele signalen zoals elke keer toch weer in je boek gaan lezen, of een beetje gaan verzitten zodat je wat verderaf komt te zitten of je draait je een beetje weg. Als dat niet overkomt bij de ander zul je er op een gegeven moment wat van zeggen. Een volgende keer in een zelfde situatie zul je waarschijnlijk veel eerder zeggen dat je liever een ander keertje verder praat maar nu lekker even wilt lezen.

 

En dat is eigenlijk wat deze kat nu waarschijnlijk geleerd heeft om te doen naast waarschijnlijke een hele lage aaigrens. Hij heeft eerdere keren veel signalen afgegeven dat hij er genoeg van had en een kort moment van aandacht voldoende voor hem was, maar daar is niet (voldoende) op gereageerd.

Als de kat zijn laatste signaal geeft – dus een tik uitdeelt – en merkt dat hierdoor het aaien stopt zal hij dit gedrag een volgende keer eerder uitvoeren, en de keer daarna nog eerder enz. totdat hij zover is dat hij alle signalen overslaat en gelijk slaat op het moment hij er genoeg van heeft.

 

Iedereen in het studentenhuis weet inmiddels dat je de kat beter niet kunt aanhalen en ze laten hem dus gewoon met rust. En dat is nu precies wat deze kat wil  :-)

 

 

juni 2018

Wat doe jij eigenlijk ?

 

Je kent het wel, bij een verjaardag of een feestje tref je nieuwe mensen en krijg je op een gegeven moment de vraag wat je doet. Als ik dan vertel dat ik gedragstherapeut voor katten ben krijg ik vaak een 2-tal verschillende reacties.

De één is er van ongeloof zo van: is dat nodig dan? Of hè is de kat dan wat aan te leren? En een andere reactie is die van “oh leuk een kattenfluisteraar” of “wat leuk ik heb ook katten”.

 

Ik zelf heb er vaak geen erg in dat het beroep nog zo onbekend is, ik ben per slot van rekening ondergedompeld in kattengedrag en alles wat met de kat te maken heeft of kan hebben.

Gelukkig hebben steeds meer mensen oog voor de behoeften van de kat en is er ook steeds meer bekend over van alles wat met de kat te maken heeft. Ook is er steeds meer wetenschappelijk onderzoek dat zich specifiek richt op de kat, niet alleen medisch maar ook op voeding en gedrag.

 

Het leuke van mijn vak is dat als je dan op zo’n feestje er verder over praat er steeds meer vragen over het gedrag komen en dat geeft meestal veel plezier en soms een beetje een teleurstelling als gedrag verklaard kan worden vanuit aangeleerd gedrag en niet als specifiek voor het baasje gedaan.

Ook komt er soms iemand tot de ontdekking dat er toch iets mis is in hun kattenhuishouding maar meestal zijn mensen erg enthousiast en delen graag hun ervaringen met hun poezenbeest.

 

Het beroep van gedragstherapeut voor katten blijkt dus echter nog steeds vrij onbekend te zijn, en hoewel inmiddels haast iedereen weet dat je bij gedragsproblemen met je hond bij een gedragstherapeut terecht kunt wordt het vaak nog niet gezien dat ook veel katten een probleem kunnen hebben of dat het probleemgedrag vaak grotendeels of geheel opgelost kan worden.

 

Als je een probleem hebt met het gedrag van je kat is dat voor beide partijen niet leuk. Voor jou niet omdat je zijn gedrag vervelend vindt en niet snapt waarom hij dat doet terwijl je toch zoveel om je beest geeft. Voor je kat niet omdat het voor je kat een uiting is dat er wat hem betreft iets aan de hand is.

Het ongewenste gedrag kan natuurlijk een medische grondslag hebben en dat zal dan eerst uitgesloten moeten worden, maar als dit niet het geval is, is er iets anders aan de hand wat zo’n grote invloed op de kat en vervolgens op dienst gedrag heeft.

 

Aangezien katteneigenaren vaak juist een kat kiezen omdat deze heel graag zijn eigen gang gaat en overal graag controle over heeft wordt er daardoor ook vaak gedacht dat er niets aan haar of zijn ongewenste gedrag gedaan kan worden. Maar dat is nu juist zo leuk aan mijn vak. Het kan nl. heel vaak een heel stuk beter of zelfs helemaal verholpen worden!

 

Het opsporen van de oorzaak van het probleem voelt soms net alsof ik detective ben. Het is zo leuk om samen met de eigenaar te zoeken naar de oorza(a)k(en) en naast veel informatie via een vragenlijst komt er bij het huisbezoek heel veel aanvullende informatie bij en wordt het steeds duidelijker in welke hoek de oplossing(en) te vinden zijn die zowel voor de eigenaar als de kat goed werken.

 

En uiteindelijk is de eigenaar blij met het verbeterde gedrag van de kat en de kat blij dat “zijn” probleem opgelost is! Wat heb ik toch een geweldig vak!

mei 2018

Agressief ding!

 

Een dringend telefoontje: “mijn kat valt me zomaar aan! Dit is al de derde keer – agressief ding, ik ben er klaar mee! Als die dit nog een keer doet gaat hij naar het asiel! Wat moet ik doen?”

 

Het blijkt te gaan om een kater die over het algemeen altijd lief is naar de eigenaar en graag aangehaald wil worden, maar nu terwijl ze hem wilde gaan aaien weer plots uithaalde naar haar. Ze was ervan overtuigd dat hij ineens vals geworden was.

Eén van zijn favoriete plekjes om te liggen is in de vensterbank van de keuken want dan kan hij mooi naar de vogelvoederplaats kijken. Hij komt regelmatig buiten, maar kan alleen naar buiten en naar binnen als zijn vrouwtje de deur voor hem open doet.

 

Bij verder doorvragen blijkt dat er recentelijk een nieuwe kat in de buurt is komen wonen en deze wordt wel eens in de tuin gezien. Hoewel de dame dit niet heeft gezien lijkt het erop dat dit net voor het aanvallen weer gebeurd was.

En een aanval door een kat is niet mis. Die nagels zijn vlijmscherp en geven vaak heel pijnlijke krassen. Als er dan ook nog gebeten wordt dan is helaas vaak een bezoek aan de huisarts noodzakelijk.

 

Wat gebeurt er nu vanuit de kat gezien?

Je ligt lekker naar de vogeltjes te kijken en je ziet ineens een indringer in je eigen tuin. Gelijk staat alles op scherp en de ene kat wil er gelijk achteraan om de indringer weg te jagen en een andere kat reageert meer angstig en maakt zich zo klein mogelijk in de zin van “ik doe even of ik er niet ben, maar hou je stiekem een beetje in de gaten”.

De kat met een wat grotere territoriumdrift zal er gelijk achteraan willen gaan en is al redelijk gespannen. Als de kat dan niet naar buiten kan omdat de toegang naar buiten geblokkeerd is loopt ook zijn frustratie op omdat hij niet kan doen wat hij eigenlijk wil. Kortom deze kat is tot het uiterste gespannen.

Als de kat op dat moment “gestoord” wordt door b.v. een ander huisdier of een gezinslid die hem wil gaan aaien krijgt die de volle reactie over zich heen. Eigenlijk is dat het gedrag dat bestemd is voor de andere kat buiten, maar ja, daar kan hij niet bij, dus helaas,……….

 

Het is een beetje te vergelijken met een situatie die wij als mensen vaak wel herkennen. Je bent druk bezig om iets voor elkaar te krijgen en alles wat je je maar kunt bedenken zit tegen. Er worden geen spullen op tijd aangeleverd, wat er aangeleverd wordt is niet compleet of er mankeert wat aan en je komt in tijdnood. Kortom de frustratie loopt op. Grote kans dat de eerstvolgende die je een verkeerde vraag stelt de volle (maar onterechte) laag krijgt.

Het aanvallen van de kat is dus geen “persoonlijke” aanval, maar een reactie op het doorbreken van een hele spannende situatie bij een kat die voorbereid is om zijn territorium te verdedigen.

 

Maar in een dergelijke situatie, wat is dan het beste wat je kunt doen?

Let allereerst goed op de signalen die je kat afgeeft. Let op de bewegingen van zijn staart, staat zijn vacht wat overeind? Hoe staan zijn oren en als je dat kunt zien – hoe staan zijn pupillen. Maakt hij geluid? en dan bedoel ik geen snorren :-)

De signalen kunnen heel subtiel zijn, maar over het algemeen zal hij een gespannen indruk maken. Laat de kat dan voorlopig even met rust. Al zijn stress en gespannenheid zal eerst weg moeten zijn voor je hem weer aanraakt. Om dit wat sneller te laten wegvloeien zou je een speeltje weg kunnen gooien waarmee je hem ten eerste afleidt en ten tweede zet je zijn stress in actie waardoor hij dit sneller kwijt is.

 

Maar echt, agressie heeft altijd een onderliggende reden en die is nooit om je te plagen. Wel kan het soms lastig zijn om te ontdekken wat die onderliggende reden dan is want dat kunnen er heel veel zijn, en afhankelijk van die reden kan er een plan gemaakt worden wat er gedaan kan worden om dit voortaan te voorkomen.

Vaak is dat helaas niet zo over de telefoon uit te pluizen maar samen met een in te schakelen gedragstherapeut die ook op huisbezoek komt kan er een volledig actieplan gemaakt worden wat zowel voor de kat als de eigenaar haalbaar is.

 

 

maart 2018

Een nieuw katje erbij?

 

Ik kreeg een mailtje over 2 katten die pas bij elkaar gezet waren en uit elkaar gehouden moeten worden omdat de 1 de ander niet met rust laat en of ik daar een oplossing voor had.

Zodra ik een dergelijke vraag krijg moet ik altijd gelijk denken aan een filmpje wat ik op youtube zag van mensen die een nieuw katje mee naar huis hadden genomen. Dit nieuwe katje werd in de armen meegenomen de kamer in waar de andere kat al was en het nieuwe katje werd zo voor de oude neergezet.

Gevolg: de oude kat viel het jonge katje aan en vervolgens de mensen die het jonge katje naar binnen hadden gebracht. Kortom grote stress en paniek. Niet alleen bij de katten, maar ook bij de eigenaren.

 

Maar wat gebeurt er nu vanuit de kat gezien?

Stel je eens voor dat je thuis komt en er blijkt ineens een wildvreemde op je bank te zitten en hij heeft zichzelf al voorzien van een hapje uit de kast en een drankje uit de koelkast. Je kunt je voorstellen dat je hier niet van gediend bent en je misschien ook helemaal niet veilig meer voelt omdat er dus blijkbaar zomaar iemand binnen kan komen.

Als een kat ineens geconfronteerd wordt met een nieuwe huisgenoot die bovendien ook nog eens een soortgenoot is, is er ook bij de kat schrik en een gevoel van onveiligheid. Wij mensen kunnen dan nog een discussie aangaan, maar de kat heeft andere communicatiemiddelen en reageert op een heel andere manier.

 

Een kat is een territoriumdier waarbij zijn thuis het kernterritorium is. Hij voelt zich hier veilig en kan hier in principe volledig tot rust komen. Het territorium is eigenlijk het allerbelangrijkst voor de kat en een indringer zal dan ook verjaagd worden.

Dit maakt ook dat een zorgvuldige introductie nodig is om de grootste kans van slagen te hebben op harmonie tussen de twee nieuwe katten.

 

Maar territorium is niet het enige waar rekening mee gehouden moet worden. Ook de ervaringen met soortgenoten is belangrijk want sociaal zijn moet je geleerd hebben. En dat is heel lastig te bepalen bij een kat want sociaal zijn naar mensen is iets heel anders dan sociaal zijn naar soortgenoten.

 

En hoe zit het met het energieniveau en de leeftijd? Een jong katje heeft er zo veel van dat het soms een ADHD katje lijkt en een oude kater is misschien nog wel eens bereid tot een spelletje maar geniet ook heel graag van zijn lekkere plekje in de zon.

 

En net zo lastig als het bij mensen soms is om goed met elkaar overweg te kunnen zo geldt dat ook voor katten. Karakter, geur, ervaring, het speelt allemaal een rol bij het wel of niet verkrijgen van een goede band.

 

Dus wil je een nieuw katje bij een al in huis zijnde kat zetten, doe dan een zorgvuldige introductie waarbij stapsgewijs de katten aan elkaar kunnen wennen. Dit kan 1 dag in beslag nemen, maar kan soms ook een paar weken duren. Bouw de stappen zorgvuldig op en laat de snelheid van stappen maken bepalen door het gedrag van de kat(ten).

 

Wil je meer weten over hoe en welke stappen precies, neem dan contact op met een gedragstherapeut.

 

jan 2018

 

gelukkig zijn er spelende katten